Geschiedenis

Voor wie wat meer te weten wil komen over het begrip ‘revue’ doen we hier graag de belangrijkste – en dus niet àlle! – aspecten uit de doeken van deze theatervorm, want heel wat buitenstaanders hebben een vertekend of alleszins onvolledig beeld van dit erg oude, maar nog altijd springlevende spektakelfenomeen.

Laten we beginnen met enkele definities zoals die te lezen staan in woordenboeken en naslagwerken:

  • “Theatervorm die beoogt een groot publiek te vermaken door het vertonen van een reeks afwisselende spectaculaire taferelen met groot vertoon van glitterende kostuums en decors. Modieuze en licht erotische sketches, zang- en dansnummers wisselen elkaar af, terwijl het geheel min of meer gebundeld wordt door een thema dat vaak in de titel van de revue is weergegeven. Het middelpunt is de ‘ster’, vaak een komiek of komiekenpaar. Tijdens hun ‘crosstalk’ voor het voordoek wordt de volgende scène opgebouwd. De bedoeling van de revue is niet het uitdragen van ideeën, maar het bereiken van effecten.”

  • “Een revue is een vorm van amusementstheater die bestaat uit groots opgezette dans-, zang- en variéténummers en lichtvoetige komische sketches.”

  • “De drie trefwoorden van een revue zijn: afwisseling, verrassing, snelheid. Revue kenmerkt zich met name door korte, afwisselende onderdelen. In hoog tempo verschijnen veel vrolijke en humoristische taferelen ten tonele in de vorm van sketches en liedjes. Show is ook een belangrijk kenmerk wat vooral in de kleurrijke, eigentijdse balletnummers naar voren komt. De speciaal ontworpen kostuums, de fraaie decors en een goed afgestemde belichting zorgen voor een aantal prachtige plaatjes. Zo is er naast veel te horen, ook heel veel te zien in de revue.”

Hoe is de revue nu ontstaan?

In Frankrijk bestond tussen 1830 en 1880 de ‘Revue de fin d’année’, een jaarlijks schouwspel waarin actualiteiten op satirische toon ‘de revue passeerden’. Na 1880 werd het cabaret de plaats voor satire ; uiterlijk vertoon ging in de revue een steeds grotere plaats innemen. Vooral sinds in 1886 de Folies-Bergère zijn eerste revue, “Place aux jeunes”, vertoonde, nam het erotisch element toe. De grote sterren van de ‘revue à grand spectacle’ waren Mistinguett, Maurice Chevalier en Josephine Baker.
Ontwikkelingen als in Frankrijk, namelijk de overgang van satirische overzichts-programma’s naar bonte schouwspelen, deden zich in vrijwel alle Europese landen voor. Zo was “Under the clock” de eerste Engelse revue (1893), en zelfs gerenommeeerde auteurs als Noel Coward waagden zich aan het genre. In de Verenigde Staten  mondden de oorspronkelijke ‘reviews’ (1893-1899) uit in de befaamde “Ziegfeld Folies” (eerste revue 1907) en de “George White Scandals”. In Duitsland was Berlijn het epicentrum van populaire revues, waar componisten als Paul Lincke en Walter Kollo wereldberoemd werden met hun revueliedjes. We gaan er hier niet verder op in, maar ook Franse en Engelse componisten veroverden met hun liedjes, in oorsprong voor de revue geschreven, de hele wereld.

In Nederland was de eerste revue “Naar den Eiffeltoren” (1889) door August Reyding, die twaalf revues zou schrijven, met erg veel succes trouwens, want van bijvoorbeeld “Luilekkerland” (1897) werden niet minder dan 400 voorstellingen gegeven! Vele anderen wierpen zich op het genre, tot de allergrootste revue-artiest uit de Nederlandse geschiedenis, Johan Buziau, vanaf 1914, de absolute trekpleister werd. In 1929 ging hij werken voor de befaamde Bouwmeester-revue (1928-1942). Zijn bekendste collega’s uit die tijd waren wellicht Lou Bandy en Chris de la Mar.
Die Lou Bandy maakte later de overstap naar de Nationale Revue, begin jaren dertig opgericht door o.a. de legendarische René Sleeswijk. Een geduchte revue-concurrent in diezelfde periode was een andere grote naam, Louis Davids, die, vaak samen met Fien de la Mar, onvergetelijke revueliedjes (o.a.”De kleine man”) schreef en zong. René Sleeswijk, inmiddels ontslagen bij de Nationale Revue door… zijn grote ster Lou Bandy, pikte in 1937 de draad weer op met de Sleeswijkrevues, die hij samen met Louis Davids produceerde. Het plotse radiosucces van Willy Walden en Piet Muyselaar  was niet minder dan een godsgeschenk voor Sleeswijk, want vanaf 1938 tot 1972 was het duo als “Snip en Snap” de absolute top in de Nederlandse revuewereld. Tijdens die 34 jaren haalden zij met hun revue gemiddeld 285 voorstellingen per jaar… Zij hadden het monopolie van ‘de ‘revue’, en alleen René van Vooren (zoon van) produceerde in die periode enkele revues (vanaf 1968) waarin hij met Piet Bambergen optrad als De Mounties. Toen het succes van Snip en Snap begon te tanen, pakte producer Joop van den Ende uit met André Van Duin. Na een klein rolletje in de Snip en Snap-revue, en een rol als… aangever (!) in een revue met Frans Van Dusschoten als komiek, werd hij de grote ster van twaalf revues. Na de Van Duin-revues is er
de grote leegte en stilte, want in de professionele theaterwereld is zo’n productie veel te duur geworden. Het zijn alleen nog de enthousiaste amateurgezelschappen die het voor elkaar krijgen dergelijke producties te presenteren. Omdat voor hen niet het geld maar het applaus de belangrijkste beloning is voor de vele inspanningen die zijn verricht.

In België geldt vanouds de boutade ‘Als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel’. Al in 1868 speelde men in Brussel een eindejaarsrevue, “Comment va-t-y donc?”, een imitatie van de Franse kernvorm. Maar vanaf 1888 ontstond een merkwaardige ‘splitsing’: terwijl de Franstalige kant van het land zich wortelde in de Parijse revues, vol fictie, glitter en luchtig vermaak, ging het Vlaamse landsgedeelte sterk aanleunen bij de streektaal, dichter bij de auteur, die de nadruk legde op lokale satire en herkenbare actualiteit. Pioniers uit het begin van de 20e eeuw waren o.a. Fernand Servais en Rik Senten. Zij waren toen al heuse professionele revuetekstschrijvers! In Antwerpen ontwikkelden zich de Empire- en Hippodroom-schouwburgen zich tot vaste revueoorden. De grote revuesterren uit die tijd waren Frits Vaerewijck (Brussel), Jaak de Vocht (Antwerpen) en Romain Deconinck (Gent).  Tussen beide wereldoorlogen ging zelfs de leidraad van het zindragende bindende idee verloren. Enkel de vituositeit van de ster (“tête-d’affiche”) fungeerde als lokmiddel voor het publiek. De laatste algemeen bekende revue was de Komediantenrevue die in de K.N.S. te Antwerpen als uitsmijter van het theaterseizoen op de planken gebracht werd van 1941 tot 1955. Nadien bleef het genre populair in steden en gemeenten. Door het betokkelen en hekelen van lokale figuren en situaties, en vooral ook door het ontbreken van een raskomiek (een zeldzaam ras!), blijft de respons dan ook beperkt tot de schaduw van de kerketoren, niet alleen in ons land maar ook in Nederland.

Hoe is  “DE REVUE”  nu ontstaan?

Toen de glorieperiode van de revues in de grote steden begin jaren 50 op zijn einde liep (ook al omdat de televisie als grote spelbreker de huiskamers begon te veroveren), kwamen lokale artiesten in verschillende kleinere steden en gemeenten op het idee om meer en nieuwsoortig leven in de theaterbrouwerij te brengen. Toneelgezelschappen konden niet optornen tegen het televisie-fenomeen, en zelfs ingehuurde professionele theatergroepen, zoals Het Reizend Volkstheater, lokten maar een handvol toeschouwers.
In Tessenderlo stond Gust Dierick al van jongsaf op de planken in diverse toneelgezelschappen, en begon hij vlak na de oorlog wekelijks op te treden samen met Hilaire Vandervoort als komisch duo. Een derde man fungeerde als aangever van de grappen, en o.a. Louis Verbeeck was een tijdlang in die functie van de partij.
Toen in 1954 kapelaan Vanderheyden geld bijeensprokkelde voor een Lourdesreis met zieke mensen, achtte Gust en Hilaire de tijd gekomen om met een heuse revue (“lak in Brussel en Aantwerrepe!” ) uit te pakken. Het werd een eenmalige opvoering, maar dan wel voor een volle Sint-Martinuszaal (600 toeschouwers!), en vanaf dan was de revue-trein voorgoed vertrokken. In de periode 1954-1973 werden elf revues opgevoerd, alle met Gust en Hilaire als komieken-duo. Na de dood in 1973 van De Scheer (de bijnaam van Hilaire), nam George Dierick het roer over. Op dat moment had hij al diverse losse sketches geschreven, en was hij erg actief in het Vlaamse showbizz-wereldje als liedjesschrijver voor tientallen Nederlandse en Vlaamse artiesten. Teksten en liedjes kwamen dus allemaal uit dezelfde hand, en vanaf 1975 werd jaarlijks ononderbroken een plaatselijke revue gespeeld. Vader Gust, die het aanvankelijk als enige komiek moest doen, kreeg begin jaren 80 het gezelschap van zoon Remi, die een raskomiek bleek te zijn. Onder zijn revuenaam “Lewie” bleek hij ‘de lach aan zijn kont’ te hebben hangen. Als absolute blikvanger kon het haast niet anders of de revue richtte zich niet langer meer tot de lokale actualiteit, maar werd het weer een échte revue: losse sketches, een showballet vol glamour en glitter, steeds wisselende decors en originele liedjes, alles gecentraliseerd rond de sterkomiek; kortom, een theaterevenement dat overal te lande opgevoerd zou kunnen worden, net zoals de vroegere Snip en Snap-revues, en die van Van Duin.
Toen in 2001 geopteerd werd voor de knusse S.O.K.-zaal te Deurne-Diest, bleek het succes niet meer te stuiten. Toeschouwers uit het hele land hebben de weg naar “De Revue” gevonden. Een avondje pretentieloos amusement en gezelligheid  blijkt een heerlijk deugddoend bad te zijn na 364 dagen van televisie-brij die de huiskamer binnengulpt!

Terug